GOCA

Autokeuring

Banden


De keuring van de banden gebeurt in verscheidene stappen:

1.Keuring van de gelijkvormigheid van de banden

1.1. Afmetingen

1.1.1 Banden

De oorspronkelijke afmetingen (voorgeschreven door de constructeur van het voertuig) worden altijd aanvaard. Deze afmetingen worden hernomen in het Proces-Verbaal van Goedkeuring (PVG), het gelijkvormigheidsattest (COC), het instructieboekje van de constructeur of op de originele sticker van de constructeur.

pneu

Voor alle andere afmetingen (niet-oorspronkelijk), dient de buitendiameter van de band overeen te komen met de buitendiameter van één van de originele banden met een tolerantie van -2% en +1,5%.

U kunt checken op de bandentool of de afmeting van de banden die u wenst te monteren op uw voertuig toegelaten zijn. De tool is van toepassing op personenwagens van categorie M1 geschikt voor het vervoer van personen, bestuurder inbegrepen, met maximum negen (8+1) zitplaatsen.

1.1.2 Velgen

De afmetingen van de niet-oorspronkelijke wielen/velgen worden aanvaard voor zover :

• Het spoor binnen de tolerantie van 2% verhoging t.o.v. de oorspronkelijke spoorbreedte niet overschrijdt : 2% voor de wagens, 4% voor de terreinvoertuigen.
• De banden mogen niet uit het koetswerk steken.
• De banden mogen het koetswerk of de ophanging niet raken wanneer de wielen maximaal worden uitgedraaid.

 

2.1 Load- en snelheidsindex

2.1.1 Snelheidsindex
De snelheidsindex moet gelijk zijn aan of hoger zijn dan de minimale snelheidsindex, die overeenkomt met de maximale snelheid van het voertuig. Raadpleeg hier de tabel.

2.2.1 Loadindex (draagvermogen)
Voor elke as moet de som van de op de banden vermelde draagvermogens (omgezet in massa) hoger dan of gelijk zijn aan de maximaal toegelaten massa (MTM) voor die as. Raadpleeg hier de tabel.


2.Keuring van de staat van de banden

2.1 Diepte van de groeven
De tekening van de hoofdgroeven van de banden moet ten minste 1,6 mm diep zijn.

2.2 Algemene staat en (abnormale) slijtage
Voor de slijtagegraad is een verschil (rechts-links) van max. 3 mm toegestaan per as.


3.Keuring van de montage van de banden

3.1 Symmetrie
De banden en velgen die op eenzelfde as gemonteerd zijn moeten beschikken over dezelfde technische karakteristieken. Dit geldt meer bepaald voor het merk, de afmetingen het draagvermogen en de snelheidsindex. Symmetrische en asymmetrische banden mogen niet op eenzelfde as gemonteerd worden.

3.2 Draairichting
Alle richtingsgebonden banden en asymmetrische banden moeten in de correcte zin gemonteerd worden. Dit geldt ook voor de aanduidingen van de draairichting en van « binnenzijde - inside » / « buitenzijde - outside ».


4.Sneeuwbanden & M+S-banden

4.1 Voor een voertuig uitgerust met sneeuwbanden
Sneeuwbanden zijn voorzien van de volgende markering op de bandflank

• Indien de snelheidsindex van de sneeuwband lager is dan het vereiste minimum maar minimaal Q bedraagt, wordt deze montage het hele jaar aanvaard voor zover binnen het gezichtsveld van de bestuurder een goed leesbaar zelfklevend etiket werd aangebracht met de vermelding van de maximumsnelheid voor de betreffende sneeuwband.

• Indien de snelheidsindex van de sneeuwband gelijk aan of hoger is dan het vereiste minimum, wordt deze montage steeds aanvaard.

 

4.2 Voor een voertuig uitgerust met banden M+S

• Met een snelheidsindex lager dan het vereiste minimum, wordt deze montage aanvaard van 1 oktober tot 30 april, voor zover binnen het gezichtsveld van de bestuurder een goed leesbaar zelfklevend etiket werd aangebracht met de vermelding van de maximumsnelheid voor de betreffende M+S banden.
• Met een snelheidsindex gelijk aan of hoger dan het vereiste minimum, wordt deze montage steeds aanvaard, heel het jaar door.